nl-fr Het werkt !

HWCM! is een participatieplatform van Brusselse Frans- en Nederlandstalige jeugdwerkorganisaties, die in se allemaal hetzelfde doel nastreven: kinderen en jongeren zinvolle vrijetijdsbesteding aanbieden en hen kansen en tools aanreiken, zodat ze kunnen uitgroeien tot de mondige, kritische, actieve en solidaire burgers van morgen.



jongeren_c_ca_marche_cmyk

Jongeren liggen er niet wakker van tot welke gemeenschap hun jeugdhuis behoort

 

 

door Bart Van de Ven
Projectverantwoordelijke
Het Werkt! Ça Marche!

Dat in Brussel de gemeenschappen wél kunnen samenwerken, dat tonen we graag aan. Gezien de recente berichten over meertaligheid bij Brusselse jongeren wordt de boodschap van dit stuk nog belangrijker. Jongeren liggen er namelijk hoegenaamd niet wakker van tot welke gemeenschap hun jeugdbeweging of jeugdhuis behoort.

Een belangrijke voorwaarde voor een optimale ontwikkeling van tieners en jongvolwassenen en hun zoektocht naar hun plek in de samenleving, is dat ze gehoord worden en dat er rekening gehouden wordt met wat ze voelen, denken, zeggen en doen. Jonge mensen hebben de bevoorrechte positie dat ze op een bepaald moment, zonder medeplichtigheid aan het verleden, deel beginnen uit te maken van het publieke leven. Vanuit deze positie getuigen ze vaak van een frisse, kritische kijk op de wereld en de samenleving die hen omringt.

Als jonge mens hebben ze de behoefte – maar ook het recht – om mee te denken over het samenlevingsproject, om zich hierover uit te drukken, om mee te debatteren over de stad van morgen.

De grote krachtlijnen wat betreft het Brusselse samenlevings- en stadsproject werden recentelijk uitgetekend in het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO). Deze moeder van alle beleidsplannen werd door de Brusselse regering opgesteld vanuit de ambitie om antwoorden te formuleren op de gewestelijke uitdagingen voor de komende decennia betreffende mobiliteit, tewerkstelling, leefbaarheid, ruimtelijke ordening, economie en sociale ongelijkheid.
In oktober vorig jaar interpelleerde “Het Werkt! Ça Marche!” de minister-president over het feit dat er in de prospectieve fase van het GPDO heel wat Brusselse middenveldsorganisaties input hebben gegeven. Hier waren echter geen jeugdwerkverenigingen bij.

Nochtans zijn de Brusselse jeugdorganisaties wel een belangrijke bron van expertise inzake de leefwereld van kinderen en jongeren, vrijetijdsbesteding, jeugdinfrastructuur, gebruik van de publieke (speel)ruimte en participatie.

In een nota getiteld “GPDO: welke ruimte voor jongeren?”, die we recentelijk aan de regering overhandigden, formuleren de Brusselse jeugdwerkorganisaties onder andere de volgende drie voorstellen tot aanvullingen voor het plan:

Een Brusselse jeugdraad
Vlaanderen en Wallonië hebben een eigen jeugdraad. Brusselse jongeren hebben geen mogelijkheid tot officiële inspraak betreffende tewerkstelling, mobiliteit of veiligheid. Deze hebben nochtans een grote impact op de levenssituatie van alle Brusselse kinderen en jongeren.

De jeugdwerkorganisaties zijn van mening dat er bijgevolg nood is aan een gewestelijk jeugdoverlegorgaan dat erkend wordt door het Brussels parlement en de gewestregering. We pleiten voor een wettelijk kader voor jongereninspraak op gemeentelijk en op gewestelijk niveau, een Brusselse jeugdraad dus.

Positieve benadering van jongeren binnen de stedelijke ruimte
De schaarse stedelijke ruimte moet een gemeenschappelijk en sociaal karakter krijgen dat ontmoeting bevordert. Het voorstel tot verlaging van de minimumleeftijd tot 14 jaar voor de gemeentelijke administratieve sancties, de zogenaamde GAS-boetes, baart de Brusselse jeugdwerksector zorgen. Dit gaat regelrecht in tegen de basisfilosofie van het jeugdwerk. Jeugdorganisaties stellen de emancipatie van jongeren op het voorplan. We kijken op een positieve manier naar jongeren. Jongeren gebruiken (en ze zullen dit altijd doen) de stedelijke publieke ruimte om vrienden te ontmoeten, te experimenteren met waarden en normen, te ontsnappen aan sociale controle, … Om gewoonweg jong te zijn, met andere woorden. Het feit dat openbare overlast vandaag zeer breed geïnterpreteerd wordt door lokale besturen, maakt dat normaal jongerengedrag, zoals rondhangen en op een bankje zitten, plots een strafbaar feit wordt.

Er gaan stemmen op voor één politiereglement voor héél het Brussels gewest. Voor de stroomlijning van de regelgeving rond de GAS-boetes zijn een aantal goede argumenten, maar laat repressie niet primeren op investeren in preventie.

Speelruimte en infrastructuur voor jeugdinitiatieven
De Brusselse jeugdbewegingen vragen dringend meer infrastructuur en speelruimte met nadruk op lokalen voor activiteiten en opslagruimte. Studentenverenigingen en jeugdhuizen vragen reeds enkele jaren naar fuifzalen in het centrum. Locaties bestaan maar worden niet benut. Ook het creëren van nieuwe sportinfrastructuur of meer openstellen van bestaande sportinfrastructuur over heel het Gewest is aangewezen.
Brussel mag dan geselecteerd zijn als kandidaat-groenste hoofdstad van Europa, het groen is niet gelijk verdeeld over het gewest. Daarom vragen de jeugdbewegingen de creatie van meerdere of minstens één groot centraal gelegen groen speelterrein.

De Brusselse jeugdwerksector vraagt de beleidsmakers om ruimte voor jongeren te creëren binnen het uitdenken en uitwerken van hun gewestelijk beleid – en met name in het GPDO – voor de komende jaren. Want – en we citeren Bernard De Vos: “Les jeunes, il ne faut pas les prendre aux mots, il faut les prendre au sérieux.”